Vertrouwen tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde verlicht de zorg
De zorg voor kwetsbare ouderen vraagt steeds meer van de huisartsenpraktijk. Door vergrijzing en complexere zorgvragen neemt de druk toe. In Bodegraven werken huisarts Gerry Wiesenhaan en specialist ouderengeneeskunde Janie Verschoor al jaren nauw samen. Hun ervaring laat zien hoe belangrijk korte lijnen en onderling vertrouwen zijn om goede zorg te leveren.
Samenwerken begint bij vertrouwen
Gerry Wiesenhaan is sinds 2009 huisarts in Bodegraven. Haar praktijk heeft een gemêleerde populatie, met ongeveer tien procent 75-plussers. “Veel van mijn oudere patiënten ken ik al lange tijd. Je ziet mensen langzaam kwetsbaarder worden, cognitief achteruitgaan of meerdere aandoeningen krijgen. Op een gegeven moment merk je: dit wordt complexer, hier moet ik iemand bij betrekken.”
Die samenwerking vindt zij in Janie Verschoor, specialist ouderengeneeskunde bij Zorgpartners Midden-Holland. “We kennen elkaar al jaren. Dat maakt het laagdrempelig. Ik kan haar bellen of een bericht sturen, en formeel verwijs ik via ZorgDomein. Die korte lijnen zijn echt belangrijk.”
Ook voor Janie is dat persoonlijke contact essentieel. Als je elkaar kent, ontstaat er sneller ruimte om te overleggen en samen afwegingen te maken, geeft zij aan.
Wanneer schakel je de specialist ouderengeneeskunde in?
De specialist ouderengeneeskunde (SO) wordt vooral ingeschakeld bij complexe vragen. Bijvoorbeeld wanneer de diagnose dementie niet duidelijk is, bij probleemgedrag of bij vragen over medicatie. “Niet iedereen wil of kan naar het ziekenhuis voor uitgebreid onderzoek. Dan is het heel waardevol dat Janie bij iemand thuis kan meekijken, gesprekken voert en testen doet. Dat geeft mij veel meer houvast.” Tegelijkertijd blijft het bepalen van het juiste moment lastig. “Je weet niet altijd wat er mogelijk is. Als je dat niet scherp hebt, trek je misschien te laat aan de bel”, volgens Gerry.
“Niet iedereen wil of kan naar het ziekenhuis voor uitgebreid onderzoek. Dan is het heel waardevol dat specialist ouderengeneeskunde Janie bij iemand thuis kan meekijken, gesprekken voert en testen doet. Dat geeft mij veel meer houvast.”Gerry Wiesenhaan, huisarts in Bodegraven
Korte lijnen in de dagelijkse praktijk
De samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde verloopt in Bodegraven divers. Er zijn vaste overlegmomenten en als deze er niet zijn, dan is er regelmatig contact wanneer dat nodig is. “We gebruiken verschillende communicatiemiddelen en stemmen af met andere zorgverleners, zoals de wijkverpleging. Als een situatie complexer wordt, organiseren we een multidisciplinair overleg.” Volgens Janie maakt een intensieve samenwerking het makkelijker om te weten wanneer je de deskundigheid van de ander nodig hebt. Hoe meer casuïstiek je met elkaar meemaakt, des te beter kan de huisarts weten waar de SO aan kan bijdragen en waarvoor de SO om advies gevraagd kan worden.
Van losse schakels naar overzicht
Hoewel de samenwerking goed loopt, zien beiden ruimte voor verbetering. Janie ziet in de praktijk dat disciplines vaak los van elkaar worden ingezet. “Dan is er al een ergotherapeut geweest, later een psycholoog, en pas daarna kom ik in beeld. Terwijl je eigenlijk eerder samen wilt kijken wat er speelt.” Vanuit die gedachte wordt in de regio gewerkt aan het structureel inrichten van een Consultatie- en Behandelteam Ouderenzorg (CBO). Dit maakt onderdeel uit van het programma Kwetsbare Ouderen in het transformatieplan Midden-Holland. Dit initiatief bouwt voort op de bestaande samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde. Het uitgangspunt is een stapsgewijze aanpak: eerst een beoordeling door de specialist ouderengeneeskunde en alleen als dat nodig is, het betrekken van andere behandelaren. Niet meteen een heel team inzetten, maar wel eerder en met meer samenhang kijken wat iemand nodig heeft.
Wat leren we van de praktijk?
Uit een eerdere pilot bleek dat ondersteuning vaak pas laat werd ingezet. Soms kwam de specialist pas in beeld als een crisis dreigde. “Dan ben je eigenlijk al te laat, terwijl je bij beginnende achteruitgang nog veel kunt betekenen”, licht Janie toe. Ook de financiering speelde daarbij een rol. De inzet was lange tijd gekoppeld aan een Wlz-indicatie. “Daardoor richt je je automatisch op de meest kwetsbare groep, terwijl je juist eerder ondersteuning wilt bieden om verdere achteruitgang te voorkomen”, merkt Gerry op.
Waarom is anders samenwerken nodig?
Beiden zien dat de druk op de zorg verder zal toenemen. Schaarste is overal: bij huisartsen, bij specialisten en bij verpleegkundigen. Dat vraagt om andere vormen van samenwerken en om scherpere keuzes in waar de inzet het meeste effect heeft. Voor de specialist ouderengeneeskunde betekent dit ook een andere rol. Het werken buiten het verpleeghuis vraagt om een andere manier van kijken, maar juist in de eerste lijn ligt een belangrijk deel van de toekomst.
“Boodschap aan huisartsen: durf eerder te sparren. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen.”Janie Verschoor, specialist ouderengeneeskunde bij Zorgpartners Midden-Holland
Durf eerder te sparren
De boodschap aan collega-huisartsen is helder. “Durf eerder te sparren. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen.” Volgens Janie zit de winst vaak in kleine stappen. Niet in grote oplossingen, maar in samen vooruitdenken. Als de samenwerking goed is, voelt de zorg lichter. Voor de huisarts én voor de patiënt.